Toelichting

Vaste activa

1 Materiële vaste activa

  Dragen, geleiden en doorsnijden Energie Beheersen en communicatie Beveiligen Transfer Werken in constructie Totaal
Stand per 31 december 2010              
Aanschafwaarde 20.608 4.119 1.161 2.642 3.907 1.907 34.344
Cumulatieve afschrijvingen -8.516 -2.652 -748 -1.582 -2.681 - -16.179
Stand per 31 december 2010 12.092 1.467 413 1.060 1.226 1.907 18.165
               
Bruto-investeringen - - - - - 1.322 1.322
Bruto-ingebruikname 639 84 130 48 190 -1.091 -
Niet activeerbare investeringen - - - - - -87 -87
Desinvesteringen (incl. cum. afschr.) -69 -1 -2 - -7 - -79
Jaarafschrijving -342 -57 -71 -64 -60 - -594
Herwaardering 411 127 18 51 45 - 652
Overige mutaties -56 13 2 2 20 -55 -74
Totaal mutaties in 2011 583 166 77 37 188 89 1.140
               
Stand per 31 december 2011              
Aanschafwaarde 21.429 4.548 1.284 2.818 4.215 1.996 36.290
Cumulatieve afschrijvingen -8.754 -2.915 -794 -1.721 -2.801 - -16.985
Boekwaarde 12.675 1.633 490 1.097 1.414 1.996 19.305
               
Boekwaarde op basis van historische aanschafwaarde 9.524 1.232 439 906 1.110 1.996 15.207

Het juridische eigendom van de spoorinfra ligt bij Railinfratrust B.V. (100% aandeelhouder van ProRail B.V.).

 

Categorieën Materiële vaste activa:

  Dragen, geleiden en doorsnijden Energie Beheersen en communicatie Beveiligen Transfer
Terreinen 730        
Aardebaan 956        
Bovenbouw (inc.ballast) 3.903        
Bruggen 3.627        
Tunnels 2.435        
Overigen (zoals: overwegen en geluidsschermen) 1.024        
Bovenleiding en draagconstructies   1.012      
Onderstations/voedingsinstallaties   621      
Hard- en software van de systemen voor de aansturing van de treindienst     120    
Reizigersinformatiesystemen     115    
Telecommunicatienetwerken     237    
Overige communicatieapparatuur     18    
Baanvakbeveiliging (zoals: detectiesystemen, seinen en treinbeïnvloedingssystemen)       1.097  
Perrons inclusief overkappingen         614
Toegang tot perrons (zoals: roltrappen, liften, bruggen en tunnels)         325
Publieke aandeel in stationsgebouwen         284
Fietsenstallingen         191
Totaal 12.675 1.633 490 1.097 1.414

Bruto-investeringen en Niet activeerbare investeringen

De bruto-investeringen in vaste activa bedroegen in 2011 EUR 1.322 miljoen en zijn 3% hoger dan in 2010 (EUR 1.289 miljoen). In de presentatie is ervoor gekozen de investeringen bruto te presenteren en op een afzonderlijke regel de Niet activeerbare investeringen te verantwoorden.

Gefinancierd door ministerie van Infrastructuur en Milieu
Hanzelijn Uitbreiding 132 10%
Grote stationsvernieuwingsprojecten (incl. Zwolle Spoort) Uitbreiding 136 10%
Delft spoorzone Uitbreiding 73 6%
Randstadspoor (omgeving Utrecht) Uitbreiding 88 7%
Arnhem (Sporen in Arnhem) Uitbreiding 77 6%
Geoormerkte programma's * Uitbreiding 148 11%
Overige uitbreidingsprojecten Uitbreiding 107 8%
Bovenbouwvernieuwingsprojecten ** Vervanging 134 10%
Overige vervangingsprojecten Vervanging 181 14%
Subtotaal ministerie   1.076 81%
Gefinancierd door derden      
Projecten provincies en gemeenten   189 15%
Projecten FENS   57 4%
Subtotaal derden   246 19%
Totaal bruto-investeringen   1.322 100%

* Geoormerkte programma's zijn groepen projecten die tezamen een bepaalde investering realiseren. Voor deze programma's worden geoormerkte gelden door het ministerie van Infrastructuur en Milieu beschikbaar gesteld. Voorbeelden zijn de programma's Reistijdwinst, Herstel Plan Spoor fase 2 en Stop Tonend Sein.

** Bovenbouwvernieuwingsprojecten hebben betrekking op de vervanging van ballast, dwarsliggers, spoorstaven, bevestigingsmaterialen en wissels.

Ingebruikname

De in gebruik genomen vaste activa in 2011:

Hanzelijn (m.n. Hanzeboog en ombouw Lelystad) 206
Arnhem (Sporen in Arnhem) 169
Bouw diverse onderdoorgangen 137
Bovenbouwvernieuwingsprojecten * 128
Nieuwe Sleutelprojecten (incl. Zwolle) 77
Info Plus reisinformatieprojecten 58
Randstadspoorprojecten 26
ATM programma (installaties welke onderdeel zijn van het glasvezelkabelnetwerk) 23
Diverse kleinere projecten 267
Totaal 1.091

* Bovenbouwvernieuwingsprojecten hebben betrekking op de vervanging van ballast, dwarsliggers, spoorstaven, bevestigingsmaterialen en wissels.

Niet activeerbare investeringen

Dit betreft in 2011:

Bovenbouwprojecten (niet activeerbaar deel) 26
Utrecht-Lunetten (onderdeel Randstadspoor) ondoelmatige engineering 10
Grote stationsvernieuwingsprojecten (m.n. onteigening en schadeloosstelling) 13
Den Bosch verleggen Zuid-Willemsvaart (aanleg tijdelijke hulpbaan) 4
Betuweroute Nazorg (gevelisolatie) 3
Liquidatiekosten bij diverse projecten 3
Diverse kleinere projecten 28
Totaal 87

Desinvesteringen

De desinvesteirngen zijn veroorzaakt door met name onderstaand projecten:

Sloop bij reguliere bovenbouwvervanginsprojecten 36
Opheffen van lijnen * 15
Sloop in het kader van Sporen in Arnhem 14
Diverse kleinere projecten 14
Totaal 79

* Opgeheven lijnen zijn onder andere: Boxtel-Uden, Rotterdam - Rechter Maasoever en Rotterdam - Rijn- en Maashaven.

Herwaardering

De herwaardering van de materiële vaste activa in 2011 is gebaseerd op de samengestelde indexcijfers van de CBS-maandstatistieken over de periode september 2010 tot en met augustus 2011. De gehanteerde indexcijfers laten een sterke stijging zien voor 2011: energie 3,3% - 10%, dragen, geleiden en doorsnijden 3,5%, beveiliging 4,8% en telecom 0,4% - 7,9%. De stijging is naast het inflatie-effect veroorzaakt door een sterk stijgende vraag naar ijzer, staal en koper.

Overige mutaties

Onder overige mutaties bij de materiële vaste activa zijn opgenomen overboekingen van categorieën activa naar aanleiding van recente inzichten in de verschillende typen objecten.

In 2010 is de kwalificatie van het economisch eigendom van de spoorkruisende delen, bijvoorbeeld fietstunnels, opnieuw beoordeeld. Op basis van de afspraken met de overheden is geconcludeerd dat deze spoorkruisende delen als economisch eigendom van ProRail moeten worden aangemerkt. Deze herinterpretatie is met stelposten grotendeels verwerkt per 31 december 2010. De verwerking in de administratie heeft in 2011 plaatsgevonden, dat heeft geleid tot een additionele aanpassing van EUR 19 miljoen.

De mutatie bij de Werken in Constructie betreft met name overhevelingen in verband met het economisch eigendom van objecten (EUR 35 miljoen) en bijstelling van de waardering bovenbouw als gevolg van nazorg op activeringen voorgaande jaren (EUR 16 miljoen).

Buiten afschrijving geraakte activa

De post Materiële vaste activa bevat een groot aantal objecten waarvan de afschrijvingstermijn is verstreken en daarmee buiten afschrijving geraakt. De technische staat van deze objecten laat toe dat zonder veiligheidsrisico’s deze objecten niet op korte termijn vervangen behoeven te worden. Het gaat hierbij met name om: stationsgebouwen, spoorbruggen, beveiliging, bovenleiding en draagconstructie, perronkappen en bovenbouw.

2 Financiële vaste activa

  Deelnemingen Overige vorderingen Totaal
       
Stand per 31 december 2010 1 560 561
       
Toevoegingen - 7 7
Onttrekkingen - -176 -176
Stand per 31 december 2011 1 391 392

Deelnemingen

Onder Deelnemingen is opgenomen het belang in Relined B.V. en het belang in Keyrail B.V.

Relined B.V. heeft ten doel het optimaal uitnutten van capaciteit van glasvezelnetten en kabels ten behoeve van data- en telecomactiviteiten. De vennootschap is statutair gevestigd te Utrecht en heeft een geplaatst aandelenkapitaal van EUR 18.000. ProRail B.V. neemt voor 50% deel in het eigen vermogen. De nettovermogenswaarde van Relined B.V. per 31 december 2011 bedraagt EUR 1 miljoen (2010: EUR 1 miljoen).

Keyrail B.V. beheert en exploiteert de goederenspoorlijn tussen de Rotterdamse haven en de grens van Nederland met Duitsland (de havenspoorlijn en de Betuweroute). De vennootschap is statutair gevestigd te Rotterdam en heeft een geplaatst aandelenkapitaal van EUR 18.000. ProRail B.V. neemt voor 50% deel in het eigen vermogen. In 2006 heeft ProRail B.V. een eerste storting in het aandelenkapitaal van Keyrail B.V. gedaan ter grootte van EUR 500.000. ProRail B.V. zal maximaal een kapitaal van EUR 13 miljoen beschikbaar stellen. De nettovermogenswaarde van Keyrail B.V. per 31 december 2011 bedraagt EUR 1 miljoen (2010: EUR 1 miljoen).

Overige vorderingen

Overige vorderingen betreffen de aan ProRail B.V. toevertrouwde geldmiddelen overeenkomstig de Raamovereenkomst met de NS Groep N.V. (FENS). Deze gelden zijn bestemd voor met de NS overeengekomen programma's. De gelden zijn ultimo 2011 voornamelijk in deposito bij de Rijksoverheid gegeven (EUR 420 miljoen tot en met het tweede kwartaal 2012). Op een separate BNG-bankrekening is EUR 1 miljoen (2010: EUR 1 miljoen) aanwezig. De declaratie over december ad EUR 32 miljoen (2010: EUR 13 miljoen) is in mindering gebracht op deze gelden. Als rentevordering over het vierde kwartaal 2011 staat EUR 2 miljoen (2010: EUR 2 miljoen) uit. De verplichtingen inzake het FENS programma zijn opgenomen onder de Overlopende passiva.

Het FENS programma wordt beëindigd voor 31 december 2012. De dan niet bestede middelen worden overgedragen aan NS en ProRail. Gezien het feit dat het grootste deel van deze middelen niet ter vrije beschikking zal komen aan ProRail en om een consistent beeld te tonen in vergelijking met voorgaand boekjaar, is besloten de toevertrouwde geldmiddelen in het kader van FENS te rubriceren onder de Financiële vaste activa.

Vlottende activa

Vorderingen

  31 december 2011 31 december 2010
Vorderingen op derden 80 77
Vordering op de Rijksoverheid 4 194
Vorderingen op deelnemingen 6 8
Vorderingen omzetbelasting 1 7
Vorderingen omgevingswerken 16 32
Vorderingen uit hoofde van door derden veroorzaakte schades 14 12*
Overige vorderingen - 1
Overlopende activa 11 11
Totaal 132 342

* In 2010 onder Overlopende activa

Bij de waardering van de Vorderingen is bij de vorderingen op derden en door derden veroorzaakte schades rekening gehouden met mogelijke oninbaarheid ad EUR 13 miljoen (2010: EUR 13 miljoen).

Alle posten hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.

Vorderingen op derden

Het saldo vorderingen op derden bestaat uitsluitend uit vorderingen op debiteuren, voornamelijk in het kader van gefactureerde projectkosten en gebruiksvergoedingen aan derden.

Vordering op de Rijksoverheid

De vorderingen op de Rijksoverheid bestaan per ultimo 2011 uit nog te declareren separaat beschikte projecten over het vierde kwartaal 2011. De vordering in 2010 bestond grotendeels uit vooruitgefactureerde bijdragen voor 2011 en een toegezegde vergoeding voor betaalde boeterente.

Vorderingen op deelnemingen

Voorgeschoten bedragen aan Relined 2
Vooruitbetaalde huur glasvezelkabelnet aan Relined (looptijd tot en met 2019) 2
Nog te factureren aan Keyrail wegens geleverde diensten 2
  6

Vorderingen omzetbelasting

De vordering op de belastingdienst per ultimo 2011 bestaat uit twee specifieke vorderingen omzetbelasting uit voorgaande jaren die ter goedkeuring aan de inspecteur zijn voorgelegd; de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal 2011 betreft een schuld, deze is opgenomen onder de Kortlopende schulden.

Vorderingen omgevingswerken

ProRail voert werken in de omgeving van de spoorinfrastructuur uit in opdracht en voor rekening en risico van derden, voornamelijk gemeenten en provincies. De kosten voor de betreffende objecten komen niet voor activering door ProRail in aanmerking en laten samen met de gedeclareerde bedragen het onderstaande verloop zien:

  2011 2010
     
Stand per 1 januari 32 37
     
Kosten in het boekjaar 50 49
Gedeclareerde bedragen in het boekjaar -66 -54
Stand per 31 december 16 32

Vorderingen uit hoofde van door derden veroorzaakte schades

Het saldo bestaat uit vorderingen op derden die schade hebben veroorzaakt aan eigendommen van ProRail.

Overige vorderingen

Het saldo van de overige vorderingen betreft te ontvangen bedragen van leveranciers voor ontvangen creditnota's

Overlopende activa

  2011 2010
Te ontvangen rente 1 1
Nog te factureren gebruiksvergoedingen 2 2
Overige nog in rekening te brengen bedragen bij derden 5 2
Vooruitbetaalde licentiekosten - 1
Vooruitbetaalde huurkosten 2 3
Voorfinanciering in het kader van het programma "Ruimte voor de Fiets" 1 1
Overige overlopende activa - 1
  11 11

4 Liquide middelen

  31 december 2011 31 december 2011
     
Totaal banktegoeden 585 505

ProRail houdt haar banktegoeden aan op een speciale rekening bij het ministerie van Financiën conform de Comptabiliteitswet. Van deze gelden ad EUR 585 miljoen is EUR 310 miljoen uitgezet als daggeldlening (2010: EUR 435 miljoen) bij de Rijksoverheid.

Ontvangen gelden uit hoofde van met name kapitaalsbeschikkingen van de Rijksoverheid en van vervoerders ontvangen gebruiksvergoedingen worden aangewend ter financiering van lopende uitgaven voor investeringen, onderhoud en exploitatiekosten, waaronder de personele kosten.

Het saldo liquide middelen wordt grotendeels gevormd door van derden vooruitontvangen bedragen voor onderhoud en vernieuwing van omgevingswerken, voorfinanciering van geoormerkte programma's en verplichtingen aan leveranciers.

In de liquide middelen is een bedrag van EUR 2 miljoen aan afgegeven garanties voor met name huurovereenkomsten begrepen. Tevens is een bedrag ad EUR 5 miljoen aangehouden op een separate bankrekening op grond van een afgesloten overeenkomst tot bewaargeving. Over deze beide bedragen kan ProRail niet vrij beschikken."

5 Eigen vermogen

  Gestort Kapitaal Wettelijke
reserve
deel-
nemingen
Agio Her-
waar-
derings-
reserve
Overige
reserves
On-
verdeeld
resultaat
Totaal
Stand per 31 december 2010 0,02 0,1 1.536 3.654 5 - 5.195
               
Mutaties 2011:              
Resultaat deelnemingen - 0,2 - - - - -
Resultaat lopend boekjaar - - - - - - -
Herwaardering vaste activa lopend boekjaar - - - 650 - - 650
Vrijval herwaarderingsreserve MVA - - - -206 - - -206
Agiostorting - - 155 - - - 155
Dividenduitkering - - -92 - - - -92
Aanpassing voorgaande jaren - - -   - - -
               
Stand per 31 december 2011 0,02 0,3 1.599 4.098 5 - 5.702

Aandelenkapitaal

Het maatschappelijke aandelenkapitaal bedraagt EUR 90.000 en is verdeeld in 200 aandelen van elk EUR 450. Het geplaatste en gestorte aandelenkapitaal bestaat uit 44 aandelen (2010: 43 aandelen) en bedraagt EUR 19.800 (2010: EUR 19.350). Alle geplaatste en volgestorte aandelen zijn in handen van Railinfratrust B.V., statutair gevestigd te Utrecht. De aandelen van Railinfratrust B.V. zijn 100% in handen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, gevestigd te 's-Gravenhage.

Wettelijke reserve deelnemingen

De wettelijke reserve deelnemingen is gevormd voor het deel van het eigen vermogen van de deelnemingen dat niet zonder beperking kan worden uitgekeerd.

Agio

Agio is ontstaan door kapitaalstortingen op de uitgifte van aandelen boven de nominale waarde. In 2011 is een aandeel aan Railinfratrust B.V. uitgegeven, waarop een agio van EUR 155 miljoen is gestort. De storting heeft plaatsgevonden onder de ontbindende voorwaarde dat ProRail de met de agiostorting verkregen middelen aanwendt ter aflossing van langlopende leningen (EUR 149 miljoen), waarop EUR 6 miljoen boeterente van toepassing was. Aan deze voorwaarde is voldaan (zie onder Langlopende schulden).

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft besloten tot een dividenduitkering, groot EUR 92 miljoen, ter financiering van betaalde boeterente voor vervroegd afgeloste leningen in 2010 (EUR 80 miljoen) en 2011 (EUR 6 miljoen) en ter compensatie voor het geleden boekwaardeverlies bij de overdracht van de SUNIJ-lijn aan Bestuur Regio Utrecht (EUR 6 miljoen).

Herwaarderingsreserve

De (wettelijke) herwaarderingsreserve bevat de ongerealiseerde herwaardering op de materiële vaste activa. In 2011 is de herwaarderingsreserve met EUR 650 miljoen toegenomen door een stijging van de vervangingswaarde van de materiële vaste activa. Een bedrag van EUR 206 miljoen is vrijgevallen als amortisatie in de winst- en verliesrekening.

De herwaardering vaste activa lopend boekjaar wijkt EUR 2 miljoen af van de gepresenteerde herwaardering lopend boekjaar in de post materiële vaste activa, omdat deze is verwerkt ten gunste van de winst- en verliesrekening. Dit betreft in voorgaande jaren in het resultaat genomen waardeverminderingen op materiële vaste activa die als gevolg van waardestijgingen niet langer bestaan.

Overige reserves

De overige reserves bevatten de vrij uitkeerbare reserves.

Onverdeeld resultaat

Onder het Onverdeeld resultaat zijn de jaarlijkse exploitatieresultaten verantwoord. In 2011 is een nettoresultaat van EUR 0 miljoen (2010: EUR 0 miljoen) behaald.

6 Voorzieningen

  Omgevingswerken      
  Onderhoud Vernieuwing Jubileum-uitkeringen Diversen Totaal
Stand per 31 december 2010 27 144 - 14 185
           
Toevoegingen 9 4 6 17 36
Oprenting 1 3 - - 4
Onttrekkingen -7 -1 - - -8
Vrijval - -4 - - -4
           
Stand per 31 december 2011 30 146 6 31 213

Omgevingswerken

ProRail voert in opdracht van derden, voornamelijk gemeenten en provincies, werken uit zoals onderdoorgangen, spoorwegovergangen en geluidswallen. Deze partijen hebben aan ProRail een vergoeding betaald bij oplevering van het werk of betalen jaarlijkse vergoedingen. Deze vergoedingen worden door ProRail aan de voorziening toegevoegd voor de financiering van periodiek onderhoud aan en toekomstige vernieuwing van deze objecten. Hiernaast is er sprake van oprenting tegen 2,3% (2010: 3,23%). Ten aanzien van de onttrekkingen bij onderhoud wordt verondersteld dat deze gelijk zijn aan de jaarlijkse inningen en oprenting over de gestorte afkoopsommen. Bij vernieuwing worden de onttrekkingen uitgevoerd op basis van feitelijke mutaties vanuit de projecten (EUR 1 miljoen). De voorziening heeft overwegend een langlopend karakter. Het kortlopende deel van de voorziening heeft betrekking op de jaarlijkse onttrekkingen aan de voorziening voor de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden.

Jubileumuitkeringen

Medewerkers van ProRail ontvangen een jubileumgratificatie bij een dienstverband van 12,5, 25 en 40 jaar. De vergoeding bij het 12,5 jaar dienstverband bedraagt 25% van het CAO loon. Bij een dienstverband van 25 en 40 jaar ontvangt een medewerker een gratificatie van eenmaal het bruto maandloon. De voorziening bevat de voorwaardelijk opgebouwde rechten van medewerkers per 31 december 2011.

De gehanteerde veronderstellingen zijn als volgt:

Disconteringsvoet                       4,04%

Arbeidsongeschiktheidsrisico       0,13% - 1,72% (leeftijdsafhankelijk)

Kans uitdiensttreding                  1% - 5% (leeftijdsafhankelijk)

Algemene loonronde                   2%

Individuele verhogingen              0% - 4% (leeftijdsafhankelijk)

Vanaf 1 januari 2011 worden de kosten voor jubilea onttrokken aan de voorziening jubileumuitkeringen.

Diversen

De voorziening Diversen is onder meer bestemd voor de dekking van de mogelijke uitkomsten voor lopende claims en procedures.

7 Langlopende schulden

  31 december 2011 31 december 2010
Onderhandse leningen 345 494
Totaal 345 494

Onderhandse leningen

In 2011 heeft een vervroegde aflossing van langlopende schulden bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu van EUR 114 miljoen plaatsgevonden. Hiernaast is een bedrag van EUR 35 miljoen afgelost op leningen bij institutionele beleggers. De aflossing van de langlopende leningen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu is betaald uit de middelen ontvangen uit de agiostorting (EUR 155 miljoen inclusief boeterente).

  Ministerie van Infrastructuur en Milieu Ministerie van Financiën Institutionele beleggers Totaal
Stand per 31 december 2010 114 241 139 494
Toevoegingen - - - -
Aflossingen -114 - -35 -149
Stand per 31 december 2011 - 241 104 345

Specificatie onderhandse leningen < 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar Totaal
         
2% tot 4% - - 241 241
4% tot 6% 32 - - 32
6% tot 8% - - 72 72
Totaal 32 - 313 345

8 Kortlopende schulden

  31 december 2011 31 december 2010
Leveranciers en handelscrediteuren 53 82
Schulden aan deelnemingen 10 15
Kortlopende schulden Rijksoverheid 92 -
Belastingen en sociale lasten 20 11
Overige kortlopende schulden 3 2
Totaal 178 110

De Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar.

Leveranciers en handelscrediteuren

Hieronder zijn opgenomen de ontvangen en nog niet betaalde facturen met name van aannemers voor lopende projecten en onderhoud aan de spoorinfrastructuur.

Schulden aan deelnemingen

De schulden aan deelnemingen betreffen te betalen bedragen aan Keyrail B.V.

Kortlopende schulden Rijksoverheid

De kortlopende schulden Rijksoverheid hebben betrekking op de afrekening van projecten over het vierde kwartaal 2011 (EUR 32 miljoen) en de te verrekenen vrijval van beschikte middelen (EUR 60 miljoen).

Belastingen en sociale lasten

De kortlopende schulden inzake belastingen en sociale lasten bestaan uit de te betalen loonheffing over december 2011 ad EUR 11 miljoen (2010: EUR 11 miljoen) en de over het vierde kwartaal van 2011 verschuldigde omzetbelasting van EUR 9 miljoen. Eind 2010 was er sprake van een vordering inzake omzetbelasting, groot EUR 7 miljoen (zie Vorderingen).

9 Overlopende passiva

  31 december 2011 31 december 2010
NS Groep NV inzake raamovereenkomst (FENS) 391 560
Bijdragen inzake stationsprojecten 10 24
Investeringsbijdragen 13.293 12.650
Exploitatiebijdragen -11 -88
Fonds winterweer 8 -
Overlopende passiva (kortlopend) 285 443
Totaal 13.976 13.589

NS Groep N.V. inzake raamovereenkomst (FENS)

Op 20 december 2000 hebben NS Groep N.V. en de juridische voorganger van ProRail (Railinfrabeheer B.V.) een raamovereenkomst gesloten. NS heeft een eenmalige financiële bijdrage ad EUR 1.338 miljoen aan Railinfrabeheer B.V. overgemaakt. ProRail gebruikt deze bijdrage voor de beheerste toegang van de stations, de ontwikkeling van de OV-chipcard, de verbetering van de kwaliteit van de railinfrastructuur en de informatievoorziening op de stations. In 2011 is een bedrag van EUR 176 miljoen (2010: EUR 109 miljoen) gedeclareerd en een bedrag van EUR 7 miljoen (2010: EUR 5 miljoen) ontvangen aan rentebaten. De totale nog uitstaande verplichting is beschikt met projectbesluiten. Het FENS programma wordt eind 2012 beëindigd.

Bijdragen inzake stationsprojecten

Ten behoeve van de financiering van commerciële voorzieningen in grote stationsvernieuwingsprojecten, de zogeheten Nieuwe Sleutel Projecten, is door NS Poort in totaal EUR 113 miljoen (prijspeil 1 januari 2006) toegezegd. Het verloop van deze bijdragen is:

  Ontvangsten Rente Uitgaven Totaal
Stand per 1 januari 2011 48 1 -25 24
Mutaties 2011 - 1 -15 -14
Stand per 31 december 2011 48 2 -40 10

Investeringsbijdragen

De investeringsbijdragen betreffen de bijdragen van de Rijksoverheid en van derden voor de financiering van investeringen in materiële vaste activa. Deze gelden worden op de balans verantwoord. De vrijval vindt plaats in de vorm van amortisaties naar rato van de afschrijvingskosten op de desbetreffende materiële vaste activa.

In de Investeringsbijdragen is een voorziening, groot EUR 49 miljoen (2010: EUR 53 miljoen), opgenomen voor verwachte tekorten op de dekking van de kosten voor Projectmanagement, Engineering, Administratie en Toezicht (PEAT) die gemaakt worden in de planuitwerkingsfase en de realisatiefase van een project (AK schommelfonds).

  Rijksoverheid Derden Totaal
Stand per 31 december 2010 11.154 1.496 12.650
Ontvangen bijdragen 891 239 1.130
Desinvesteringen -101 -8 -109
Jaaramortisaties (vrijval) -270 -36 -306
Overige mutaties -42 -30 -72
Stand per 31 december 2011 11.632 1.661 13.293

Ontvangen bijdragen

De toevoegingen van de investeringsbijdragen betreffen de ontvangen bijdragen van de Rijksoverheid voor 2011 ad EUR 891 miljoen (2010: EUR 1.081 miljoen) en van derden, met name gemeenten en provincies, ad EUR 239 miljoen (2010: EUR 203 miljoen).

Het aandeel waarover niet wordt afgeschreven heeft betrekking op terreinen en bedraagt ultimo 2011 EUR 579 miljoen (2010: EUR 576 miljoen).

Desinvesteringen

De desinvesteringen hebben grotendeels betrekking op projecten binnen de categorie Werken in constructie (EUR 83 miljoen). Het restant (EUR 26 miljoen) heeft betrekking op boekwaardeverliezen bij bovenbouwvernieuwingen.

Jaaramortisaties

De jaaramortisaties betreffen de vrijval van investeringsbijdragen ten gunste van de winst- en verliesrekening. Deze staan tegenover de betreffende afschrijvingskosten van de materiële vaste activa.

Overige mutaties

De Overige mutaties op de Investeringsbijdragen hebben met name betrekking op aanpassingen van Investeringsbijdragen als gevolg van nazorg van de aanpassing waardering bovenbouw (EUR 16 miljoen), de overheveling van materiële vaste activa naar omgevingswerken in het kader van herinterpretatie van het economisch eigendom (EUR 19 miljoen), mutatie in de egalisatie in verband met economisch eigendom derden (EUR 44 miljoen) en een dotatie aan het AK schommelfonds (EUR -7 mio).

Exploitatiebijdragen

De egalisatiereserve is het saldo van de historische resultaten uit gewone bedrijfsuitoefening en door de Rijksoverheid ingehouden taakstellingen bij het verlenen van de subsidiebeschikkingen. Dit saldo wordt verantwoord als overlopend passief omdat de Rijksoverheid deze beschouwt als direct opvraagbare c.q. verschuldigde subsidiebedragen.

De risicoreserve is gevormd uit behaalde aanbestedingsresultaten in 2004 (EUR 27 miljoen), 2006 (EUR 5 miljoen) en 2011 (EUR 12 miljoen). Deze gelden kunnen worden gebruikt ter financiering van toekomstige versnellingsmaatregelen.

  Egalisatie-
reserve
Risico-
reserve
Totaal
Stand per 31 december 2010 -120 32 -88
Mutatie resultaat 2011 24 - 24
Behaalde aanbestedingsresultaten -12 12
Dotatie 53 - 53
Stand per 31 december 2011 -55 44 -11

Mutatie lopend boekjaar

De mutatie resultaat 2011 ad EUR 24 miljoen betreft het verschil tussen de verleende subsidie 2011 en de werkelijke kosten van de door subsidieverlener opgedragen taken.

Dotatie

Bij de vaststelling van de subsidie over 2010 is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu een aanvulling op de Egalisatiereserve, groot EUR 53 miljoen, toegekend. Daarmee valt de Egalisatiereserve weer binnen de met het ministerie afgesproken bandbreedte van 5% van de gemiddelde subsidie 2006-2010.

Fonds winterweer

Ter dekking van toekomstige uitgaven bij zwaar winterweer is voor extra benodigde inzet van stations- storingsploegen uit de voor 2011 beschikte middelen een fonds van EUR 8 miljoen gevormd.

Overlopende passiva (kortlopend)

  31 december 2011 31 december 2010
Rijksoverheid:    
Voorfinanciering van geoormerkte programma's (onder andere tweede fase Herstelplan Spoor, Ruimte voor de Fiets, Toegankelijkheid) 100 124
Overloop van ontvangen exploitatiebijdragen naar volgende jaren 7 36
Vooruitontvangen subsidie kapitaallasten en onderhoud - 91
Derden:    
Af te dragen rente van onderhandse leningen 1 4
Vooruitontvangen gelden van lagere overheden en derden 6 13
Diverse personeelsaanspraken (onder andere aanspraken vakantiegeld en vrijetijdsaanspraken) 26 24
Vooruitgefactureerd aan derden 3 4
Geleverde prestaties, waarvoor nog geen factuur door de aannemer c.q. leverancier is ingediend 136 141
Overige nog te betalen kosten 5 6
 Totaal 285 443

10 Bijdragen

  2011 2010
     
Exploitatiebijdragen Rijksoverheid 838 955
Amortisatie investeringsbijdragen 415 390
Gebruiksvergoeding 239 232
Totaal 1.492 1.577

Exploitatiebijdragen Rijksoverheid

Deze verantwoorde bijdragen ad EUR 838 miljoen (2010: EUR 955 miljoen) betreffen de van de Rijksoverheid verkregen middelen voor capaciteitsmanagement, verkeersleiding, onderhoud en kapitaallasten van het landelijke railnet. De verantwoorde bijdragen bestaan uit de onderstaande componenten:

Specificatie opbouw exploitatiebijdragen     2011     2010
             
Initiële beschikking op (subsidie-)aanvraag   1.224     1.293  
Ingehouden efficiencytaakstelling -     14    
Ingehouden taakstelling gebruiksvergoeding -     2    
Ingehouden aanbestedingsresultaten -     17    
    -     33  
Aanvullende subsidiebeschikking   -23     -48  
Vaststelling subsidie   -     81  
      1.201     1.359
             
Overige (project-)beschikkingen   13     15  
Overloop vanuit beschikkingen voorgaand jaar   28     15  
      41     30
      1.242     1.389
             
Financiering investeringswerken   -332     -366  
Reservering Fonds winterweer   -8     -  
Keyrail   -35     -32  
Vrijval beschikte middelen   -23     -  
Overheveling projecten naar volgend jaar   -6     -36  
      -404     -434
Totaal exploitatiebijdragen     838     955

Amortisatie investeringsbijdragen

  2011 2010
     
Totaal 415 390

De amortisatie betreft de door de Rijksoverheid of derden betaalde vergoedingen voor investeringsprojecten. Deze vrijval vindt plaats naar rato van afschrijvingen en desinvesteringen op de door genoemde partijen gefinancierde materiële vaste activa. De stijging ten opzichte van 2010 wordt grotendeels verklaard door een toename van de amortisatie op de desinvesteringen (zie voor de voornaamste posten de toelichting op de overige mutaties onder de post Materiële vaste activa). Daarnaast zijn de amortisaties op de door de Rijksoverheid en derden gefinancierde investeringsprojecten als gevolg van hogere afschrijvingkosten gestegen.

Gebruiksvergoeding

  2011 2010
     
Opbrengsten gebruiksvergoeding 242 236
Prestatieregelingen -3 -4
Totaal 239 232

De in rekening gebrachte gebruiksvergoeding bedraagt EUR 242 miljoen (2010: EUR 236 miljoen), waarvan EUR 228 miljoen (2010: EUR 222 miljoen) voor personenvervoerders en EUR 14 miljoen (2010: EUR 14 miljoen) voor goederenvervoerders en overige vervoerders. Deze bedragen hebben betrekking op de aan spoorwegondernemingen in rekening gebrachte vergoedingen voor het gebruik van het gemengde net inclusief HSL-Zuid. De toename van EUR 6 miljoen ten opzichte van 2010 is te verklaren door enerzijds een positief volume-effect van EUR 1 miljoen en anderzijds een positief prijseffect van EUR 5 miljoen. Het volume-effect heeft voornamelijk betrekking op toename reizigersvervoer met daarnaast een negatieve opbrengst gebruiksvergoeding bovenleiding in het kader van de eindafrekening over de periode 2006-2010. Daarnaast is er voor EUR 3 miljoen verrekend met de spoorwegondernemingen vanwege overeengekomen prestatieregelingen met betrekking tot verstoringen van het treinverkeer.

11 Diverse bedrijfsopbrengsten

  2011 2010
     
Geactiveerde productie eigen bedrijf 126 129
Opbrengsten deelnemingen 12 10
Overige bedrijfsopbrengsten 52 41
Totaal 190 180

Geactiveerde productie eigen bedrijf

Geactiveerde productie eigen bedrijf is het toerekenen aan c.q. het doorbelasten van de uren van projectmedewerkers tegen een kostendekkend tarief aan investeringswerken. Hierdoor worden alle investeringsuitgaven geactiveerd; naast ontwerp- en bouwkosten ook de kosten van het eigen projectmanagement. Algemene overheadkosten worden niet geactiveerd. Het niveau van de geactiveerde productie in 2011 is vergelijkbaar met vorig jaar; er zijn geringe afwijkingen zowel naar boven, onder meer als gevolg van tariefsstijgingen, als naar beneden als gevolg van verschuiving naar niet activeerbare werkzaamheden en een daling van het aantal ingehuurde projectmedewerkers.

Opbrengsten deelnemingen

De post Opbrengsten deelnemingen bestaat uit doorbelastingen aan Keyrail B.V. uit hoofde van door ProRail verrichte diensten, zoals detachering van treindienstleiders.

Overige bedrijfsopbrengsten

  2011 2010
     
Engineeringwerkzaamheden voor derden 6 5
Periodieke ontvangsten van lagere overheden voor onderhoud en stroom 7 6
Levering van reisinformatie aan vervoerders (voornamelijk NS-Reizigers) 12 12
Geactiveerde productie omgevingswerken 7 5
Diversen 20 13
  52 41

12 Exploitatielasten

Kosten van uitbesteed werk

  2011 2010
     
Grootschalig onderhoud -141 -127
Kleinschalig onderhoud -279 -282
Onderhoud transfer -65 -70
Beheer (incl. kosten calamiteitenorganisatie) -143 -144
Planstudies/innovaties/verkenningen -23 -14
Totaal -651 -637

De totale kosten van uitbesteed werk in 2011 zijn per saldo gering (2,4%) gestegen ten opzichte van 2010.

De kosten voor grootschalig onderhoud zijn met 11% toegenomen, voornamelijk veroorzaakt door een verhoging van het activiteitenniveau. Daarnaast zijn er extra kosten gemaakt verband houdende met de uitrol van de contractvorm PGO (Prestatie Gericht Onderhoud).

De kosten van kleinschalig onderhoud zijn vrijwel gelijk gebleven. Vanaf 2008 worden de contracten voor de uitvoering van kleinschalig onderhoud omgezet in Prestatie Gericht Onderhoud (PGO) contracten. ProRail realiseert hiermee een betere kosten/prestatieverhouding.

De kosten voor onderhoud transfer zijn lager dan 2010, voornamelijk door lagere kosten voor wintermaatregelen als gevolg van een zachte winter eind 2011.

De kosten van beheer bevatten voornamelijk kosten van beheer van IT systemen en de kosten van energieverbruik van de spoorinfra. De kosten waren constant in vergelijking met 2010. De uitgevoerde planstudies zijn sterk gestegen als gevolg van toegenomen activiteiten voor het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS).

Lonen en salarissen

  2011 2010
     
Totaal -228 -212

De lonen en salarissen zijn met EUR 16 miljoen (7,5%) toegenomen ten opzichte van 2010, voornamelijk als gevolg van een stijging van de gemiddelde personeelsbezetting met 4,1%. De kosten per fte zijn met 3,5% gestegen ten opzichte van 2010, waarvan ruim 1% is toe te rekenen aan de verhoging van de CAO lonen, 1,5% aan periodieke verhogingen en 1% aan overige kosten zoals hogere kosten van overwerk.

De gemiddelde personeelsbezetting (exclusief inhuur) in 2011 was 4.115 fte’s (2010: 3.954 fte’s). Alle medewerkers zijn in dienst van ProRail B.V.

Verdeling van fte's naar kernactiviteiten 2011 2010
(gemiddeld aantal fte's)    
     
Directie 21 15
Vervoer en Dienstregeling 173 168
Operatie 2.616 2.570
Projecten 1.015 917
Staven 290 284
Totaal 4.115 3.954

De stijging van het aantal fte's is grotendeels toe te schrijven aan de omzetting van inhuurcontracten naar vaste (of tijdelijke) dienstverbandcontracten in 2011 (zie onder Overige bedrijfslasten). Het verloop van de aantallen fte's van medewerkers in dienst van ProRail B.V. en inhuur is verder toegelicht in het jaarverslag, zie doelgerichte organisatie.

Sociale lasten

  2011 2010
     
Totaal -32 -29

De stijging van de sociale lasten met EUR 3 miljoen ten opzichte van 2010 is veroorzaakt door de toename van de gemiddelde personeelsbezetting en de CAO verhoging 2011. Het werkgeversaandeel van de pensioenpremies bedraagt in 2011 EUR 4,8 miljoen (2010: EUR 3,8 miljoen).

Bezoldiging commissarissen

In 2011 heeft er een indexering plaatsgevonden van 1,0%. De bezoldiging van de RvC over 2011 is conform beleid en als volgt:

(in euro's) M/V Vaste jaarlijkse vergoeding Vergoeding Audit Commissie Vergoeding Selectie-/ Benoemings-commissie Vergoeding Remuneratie-commissie Totaal 2011 Totaal 2010
               
M.A.M. Boersma
(president-commissaris)
M 30.560 10.415 4.166 8.332 53.473 61.577
Mevrouw C.J.G. Zuiderwijk-Jacobs V 14.610 - 4.166 6.249 25.025 33.867
W.E. Kooijman M 19.432 - 4.166 8.332 31.930 35.950
Mevrouw J.G.H. Helthuis * V 14.610 6.249 - - 20.859 nvt
P.T.H. Timmermans * M 14.610 6.249 - - 20.859 nvt
E.H. Broekhuizen ** M 12.817 4.166 - - 16.983 31.784
W. den Dulk ** M 12.817 4.166 - - 16.983 31.784
R.J. in 't Veld *** M - - - - - 9.024
Totaal   119.455 31.245 12.498 22.913 186.111 203.986

* aangetreden per 13 april 2011
** afgetreden per 13 april 2011
*** afgetreden per 1 februari 2010

Bezoldiging statutaire bestuurders

Bij de bezoldiging van de directie in 2011, heeft er 2 keer een indexering plaatsgevonden van 1% van het vaste inkomen: in januari 2011 en in maart 2011. De eerste indexering is gekoppeld aan de eerdere CAO-verhoging van maart 2010. De tweede indexering is gekoppeld aan de CAO-verhoging van maart 2011. De Raad van Commissarissen heeft de variabele beloningen van de directie over het jaar 2011 bij het opstellen van de jaarrekening nog niet vastgesteld. De bezoldiging voor de bestuurders is als volgt:

(in euro's) M/V Basissalaris Variabele
beloning
Pensioen-
premies
Overige
vergoedingen
Totaal
2011
Totaal
2010
               
Mevrouw M.W. Gout-van Sinderen * V 135.778 - 5.422 3.774 144.974 -
H.P.M.G. Steeghs ** M 197.702 ntb 7.647 2.496 207.845 191.255
P.M.E. Dirix *** M 155.986 ntb 6.153 2.496 164.635 -
Mevrouw C.J.G. Zuiderwijk-Jacobs **** V 60.645 - 2.423 - 63.068 -
B.J. Klerk ***** M 187.160 - 8.437 - 195.597 372.453
U. Groen ****** M - - - - - 127.504
Totaal   737.271 - 30.082 8.766 776.119 691.212

* mevrouw M.W. Gout-van Sinderen is benoemd tot president-directeur per 11 april 2011.
** in aanvulling op genoemde bedragen is inzake de heer H.P.M.G. Steeghs in 2011 een eenmalige aanvullende pensioenlast opgenomen van EUR 21.000. Dit heeft betrekking op in 2009 bij zijn indiensttreding gemaakte afspraken inzake de overheveling van pensioenaanspraken en een gedeeltelijke compensatie van een pensioengat.
*** de heer P.M.E. Dirix is in dienst getreden per 1 januari 2011.
**** mevrouw C.J.G. Zuiderwijk-Jacobs was tijdelijk bestuurder in 2011.
***** de heer B.J. Klerk is om gezondheidsredenen per 1 februari 2011 teruggetreden als bestuurder van ProRail. De afspraken gemaakt bij zijn vertrek hebben geleid tot de verantwoording van een verplichting van EUR 138.667 in 2011.
****** de heer U. Groen is per 1 september 2010 uit dienst getreden.

Overige arbeidsvoorwaarden

Vervoersfaciliteiten

ProRail opereert binnen het domein van het Openbaar Vervoer. Om in de mobiliteitsbehoefte van haar medewerkers te voorzien stelt ProRail hen en hun gezinsleden vervoersfaciliteiten ter beschikking (gebonden aan de fiscale regels ter zake). Aan de bestuurders wordt een leaseauto ter beschikking gesteld

Pensioen

De pensioenregeling van de bedrijfstak Spoorwegen is sinds 1 januari 2006 een collectieve toegezegde-bijdrageregeling. Hiermee wordt bedoeld een regeling die de werkgever verplicht tot het betalen van een vooraf vastgestelde jaarlijkse premie. De opbouw van het pensioen is afhankelijk van de leeftijd van de medewerker. Medewerkers geboren in of na 1950 hebben recht op een pensioen gebaseerd op een middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 65 jaar; medewerkers geboren voor 1950 hebben recht op een gematigde eindloonregeling met een pensioenleeftijd van 61 of 62 jaar. De werkgever is niet aansprakelijk voor het aanvullen van premie- of dekkingstekorten bij het pensioenfonds.

Overige beloningen in het kader van de WOPT

Buiten de statutaire bestuurders had ProRail in 2011 geen medewerkers in dienst met een belastbaar jaarloon dat uitgaat boven het normbedrag ad EUR 193.000 (2010: EUR 193.000).

Hiermee is voldaan aan de gestelde verplichtingen in het kader van de Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens (WOPT).

Afschrijvingskosten

  2011 2010
     
Materiële vaste activa, gefinancierd met langlopende leningen -109 -112
Materiële vaste activa, gefinancierd door de Rijksoverheid -306 -284
     
Totaal op basis van historische uitgaafprijs -415 -396
Herwaardering van materiële vaste activa -179 -185
Totaal op basis van vervangingswaarde -594 -581

De stijging van de afschrijvingskosten materiële vaste activa ad EUR 13 miljoen wordt veroorzaakt door een aantal factoren. Als gevolg van de ingebruikname van projecten in 2011 zijn de afschrijvingskosten gestegen met EUR 25 miljoen. Ook veroorzaken de ingebruikname van projecten in 2010 extra afschrijvingskosten in 2011 ter grootte van EUR 6 miljoen. Als gevolg van prijsindexering (opwaardering naar huidige vervangingswaarde) zijn de afschrijvingskosten met EUR 2 miljoen toegenomen. Hiertegenover staan lagere afschrijvingskosten als gevolg van buiten afschrijving geraakte activa (activa waarvan de economische levensduur  is verstreken, die nog wel in dienst zijn) en door sloop van activa EUR 24 miljoen. De resterende toename heeft onder meer te maken met overboekingen van categorieën activa.

Overige waardeveranderingen vaste activa

  2011 2010
     
Vaste activa, gefinancierd met langlopende leningen -30 -26
Vaste activa, gefinancierd door de Rijksoverheid -109 -109
     
Totaal op basis van historische uitgaafprijs -139 -135
Herwaardering van vaste activa -27 -17
Totaal op basis van vervangingswaarde -166 -152

Onder de Overige waardeveranderingen vaste activa zijn begrepen boekwaarderesultaten bij desinvesteringen en de niet activeerbare investeringen/sloopresultaten.  Deze posten worden toegelicht bij het verloopoverzicht materiële vaste activa.

Overige bedrijfslasten

  2011 2010
     
Huisvesting- en kantoor/werkplekkosten -59 -59
Overige personeelskosten -31 -32
Externe dienstverlening -78 -111
Mutaties voorzieningen 2 12
Overige lasten en baten -8 -10
Totaal -174 -200

De daling van de kosten van externe dienstverlening ten opzichte van 2010 is het gevolg van een afname in het aantal ingehuurde fte’s in 2011. Een deel van de contracten is omgezet naar vaste (of tijdelijke) dienstverbandcontracten (zie de stijging onder Lonen en salarissen).

Het bedrag bij Mutaties voorzieningen betreft een dotatie en een vrijval bij de voorziening voor onderhoud en vernieuwing van omgevingswerken en bij debiteuren.

De Overige lasten en baten bestaan voornamelijk uit opgenomen claims van derden op ProRail.

In de externe dienstverlening is een bedrag ad EUR 1,0 miljoen begrepen voor accountantskosten (2010: EUR 1,0 miljoen). Hiervan is EUR 0,2 miljoen (2010: EUR 0,3 miljoen) besteed aan onderzoek van de jaarrekening en daarmee verbandhoudende verantwoordingen, en EUR 0,8 miljoen (2010: EUR 0,7 miljoen) aan controlegerelateerde werkzaamheden (met name projectcontroles). Er zijn in het boekjaar geen adviesdiensten op fiscaal terrein door de accountant uitgevoerd.

13 Vrijval herwaarderingsreserve

  2011 2010
     
Vrijval herwaarderingsreserve materiële vaste activa 206 202
Totaal 206 202

De vrijval herwaarderingsreserve materiële vaste activa betreft het verschil tussen de afschrijvingskosten en de boekwaardeverliezen op basis van vervangingswaarde en de afschrijvingen op basis van historische aanschafwaarde ad EUR 210 miljoen. Dit bedrag wordt onttrokken aan de herwaarderingsreserve.

14 Financiële baten en lasten

  2011 2010
     
Rentelasten -27 -131
Rentebaten 8 4
Totaal -19 -127

De behaalde rentebaten op de FENS-gelden ad EUR 7 miljoen (2010: EUR 5 miljoen) zijn conform afspraak toegevoegd aan het fonds en maken derhalve geen deel uit van de gepresenteerde financiële baten.

Rentelasten

De rentelasten zijn in 2011 aanzienlijk lager dan in 2010. Dit is grotendeels te verklaren door in 2010 betaalde boeterente van EUR 80 miljoen. In 2011 is eveneens boeterente betaald wegens vervroegde aflossing van een lening ad. EUR 114 miljoen, deze bedroeg EUR 6 miljoen. De netto daling van de rentelasten, zonder rekening te houden met betaalde boeterente, is EUR 26 miljoen; deze structurele daling is vrijwel volledig toe te schrijven aan de aflossingen gedaan in april 2010 van in totaal EUR 1,3 miljard.

Rentebaten

De stijging van de rentebaten is toe te rekenen aan een hogere gemiddelde rentevergoeding (1,19% in 2011 ten opzichte van 0,59% in 2010). Ook de toename van de gemiddelde termijn van uitgezette deposito's (van 32,4 dagen in 2010 naar 38 dagen in 2011) heeft bijgedragen aan de hogere rentebaten.

15 Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening

(voor mutatie egalisatiereserve en belastingen)

  2011 2010
     
Totaal 24 21

Het bedrijfsresultaat (vóór verwerking van de mutatie egalisatiereserve en belastingen) bedraagt dit jaar EUR 24 miljoen. Het resultaat betreft het verschil tussen de verleende subsidie en de werkelijke kosten waarvoor subsidie is verleend en wordt in zijn geheel ten gunste van de egalisatiereserve (als onderdeel van de Overlopende passiva) gebracht.

Het voorcalculatorische resultaat (EUR 4 miljoen) en de resultaatsontwikkelingen die zich in 2011 hebben voorgedaan zijn weergegeven in onderstaande tabel:

Voorcalculatorisch resultaat (bestaat vrijwel volledig uit een interne taakstelling) 4
Lagere financiële baten en lasten 25
Aanbestedingsmeevallers 12
Reductie organisatiekosten 10
Meer doorbelast aan derden 9
Vervallen instandhoudingverplichtingen van omgevingswerken 3
Dotaties aan voorzieningen en claims -26
Sloopverliezen bij bovenbouwvernieuwingen -13
  24

16 Mutatie egalisatiereserve

  2011 2010
     
Totaal -24 -21

De Mutatie egalisatiereserve betreft de toevoeging van het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening aan de exploitatiebijdragen als onderdeel van de Overlopende passiva (zie hiervoor ook toelichting 9).

Belastingen

  2011 2010
     
Totaal - -