Grondslagen voor de jaarrekening

Algemeen    

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en met de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving. De hierna uiteengezette grondslagen voor de financiële verslaggeving zijn consistent toegepast voor de gepresenteerde perioden in deze jaarrekening.
Alle bedragen in de jaarrekening staan vermeld in miljoenen euro’s (EUR), tenzij anders vermeld.

Presentatie

De opstelling van de verloopstaat materiële vaste activa wijkt af van de standaardindeling (artikel 366 lid 1 Titel 9 BW 2) teneinde een beter inzicht te geven en beter aan te sluiten bij de aard van het bedrijf conform artikel 362 lid 4 en artikel 363 lid 4 Titel 9 BW 2. Hiertoe is de onderverdeling van de verloopstaat materiële vaste activa uitgebreid. Daarnaast sluit de indeling beter aan bij de gehanteerde benamingen in de communicatie tussen ProRail en de Rijksoverheid.

 

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en voor de resultaatbepaling

 

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen actuele waarde, ingevuld door de vervangingswaarde onder aftrek van de over deze waarde op lineaire basis berekende afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Terreinen in de categorie Dragen, geleiden en doorsnijden en activa in de categorie Werken in constructie worden gewaardeerd tegen de aanschafwaarde onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Onder de aanschafwaarde wordt verstaan: investeringsuitgaven die verband houden met het verkrijgen of vervaardigen van het activum, inclusief de kosten van de door eigen personeel verrichte werkzaamheden (geactiveerde productie eigen bedrijf). In de aanschafwaarde wordt geen rente over investeringen tijdens de bouw begrepen. Indien de kosten van groot onderhoud aan materiële vaste activa niet voldoen aan activeringscriteria, worden deze direct ten laste gebracht van de winst- en verliesrekening.

De vervangingswaarde van de materiële vaste activa wordt bepaald door de aanschafwaarde jaarlijks te indexeren op basis van CBS-gegevens. Indien is besloten de activa te verkopen, te slopen of over te dragen, is de actuele waarde gelijk aan de verwachte (directe) opbrengstwaarde.

Ontvangen bijdragen van de Rijksoverheid en derden ten behoeve van de financiering van materiële vaste activa worden als overlopend passief verantwoord. Financiering vindt plaats tegen aanschafwaarde.

De afschrijvingen worden lineair berekend en zijn gebaseerd op de verwachte gebruiksduur, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigen, worden deze als een schattingswijziging verantwoord.
De afschrijvingen op basis van vervangingswaarde worden ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht als afschrijvingskosten. De ontvangen investeringsvergoeding van de Rijksoverheid is gebaseerd op de aanschafwaarde en wordt als jaaramortisatie verwerkt in de winst- en verliesrekening naar voortgang van de afschrijving van de activa waarop de vergoeding betrekking heeft. Het verschil tussen de afschrijvingen op basis van vervangingswaarde en de afschrijvingen op basis van de historische uitgaafprijs wordt onttrokken aan de herwaarderingsreserve ten gunste van de winst- en verliesrekening.

De afschrijvingstermijnen in jaren zijn als volgt

  Ondergrens Bovengrens
Dragen, geleiden en doorsnijden 30 100
Energie 40 80
Transfer 5 100
Beheersen en communicatie 4 30
Beveiligen 20 50

Op Terreinen wordt niet afgeschreven

 

Jaarlijks wordt onderzocht of er sprake is van een bijzondere waardevermindering van de materiële vaste activa. Indien deze indicatie aanwezig is, dan wordt de verwachte realiseerbare waarde van het actief bepaald. Indien deze waarde lager is dan de huidige boekwaarde, dan wordt het verschil ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht voor zover de gevormde herwaarderingsreserve voor dit actief niet toereikend is. De aard van de activa leidt ertoe dat de realiseerbare waarde veelal niet per actief kan worden bepaald. In deze gevallen wordt de realiseerbare waarde afgeleid van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Indien een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden, wordt jaarlijks nagegaan of er aanwijzingen bestaan of deze waardevermindering ten aanzien van de materiële vaste activa niet meer bestaat of is verminderd en derhalve moet worden teruggenomen. De verhoging mag niet verder gaan dan tot het bedrag van de boekwaarde van het actief dat op dat moment zou hebben gegolden, indien het bijzondere waardeverminderingverlies niet zou zijn verantwoord. De verhoging van de boekwaarde (een terugneming van een bijzonder waardeverminderingverlies) wordt onmiddellijk verantwoord als bate in de winst- en verliesrekening tot de oorspronkelijke aanschafwaarde. Indien de verhoging de aanschafwaarde te boven gaat, zal dit deel ten gunste van een herwaarderingsreserve worden gebracht.

 

Financiële vaste activa

Deelnemingen

Deelnemingen worden tegen de zichtbaar eigen vermogen methode gewaardeerd. Overeenkomstig deze methode, worden de deelnemingen in de balans opgenomen tegen het aandeel van ProRail in het zichtbare eigen vermogen rekening houdend met haar aandeel in de resultaten van de deelnemingen van het moment van verwerving, bepaald volgens de grondslagen zoals vermeld in de jaarrekening van de deelneming. In de winst- en verliesrekening wordt het aandeel in het resultaat van de deelnemingen opgenomen. Indien en voor zover de vennootschap niet zonder beperking uitkering van de positieve resultaten kan bewerkstelligen, worden de resultaten in een wettelijke reserve opgenomen.

Overige vorderingen

De overige vorderingen op lange termijn worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs (de nominale waarde onder aftrek van een waardecorrectie voor mogelijke oninbaarheid). Het binnen een jaar te ontvangen deel van deze vorderingen wordt hier eveneens opgenomen.

 

Vorderingen

De vorderingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs (nominale waarde onder aftrek van een waardecorrectie voor mogelijke oninbaarheid).

 

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen

Een financieel instrument wordt in de jaarrekening als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd overeenkomstig de juridische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. Om die reden zijn de egalisatie- en risicoreserve als vreemd vermogen aangemerkt.

 

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen van een onzekere omvang of met een onzeker tijdstip als gevolg van gebeurtenissen in het verleden. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting per balansdatum van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen af te wikkelen. De voorziening derdenwerken heeft een meerjarig karakter en wordt opgenomen tegen contante waarde; de overige voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde. De voorziening derdenwerken heeft betrekking op de te verwachten verplichtingen voor onderhoud en vernieuwing van door derden betaalde werken.

 

Langlopende schulden

De langlopende schulden worden verantwoord tegen geamortiseerde kostprijs (de nominale waarde).

 

Pensioenen

De aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt als last in de winst- en verliesrekening verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord.
Voor verplichtingen naast de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt een voorziening opgenomen, indien per balansdatum sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer, het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is, en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting. De voorziening voor additionele verplichtingen aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer, wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde als het effect van de tijdswaarde van geld materieel is (waarbij de disconteringsvoet vóór belastingen de actuele marktrente weergeeft).

 

Investeringsbijdrage

Ontvangen bijdragen van de Rijksoverheid en derden ten behoeve van de financiering van materiële vaste activa worden als overlopend passief verantwoord. Financiering vindt plaats tegen aanschafwaarde.

 

Exploitatiebijdrage

De egalisatiereserve is het saldo van de historische resultaten uit gewone bedrijfsuitoefening en door de Rijksoverheid ingehouden taakstellingen bij het verlenen van de subsidiebeschikkingen. Dit saldo wordt verantwoord als overlopend passief omdat de Rijksoverheid deze beschouwt als direct opvraagbare c.q. verschuldigde subsidiebedragen.
De risicoreserve bevat onderdelen van de exploitatiebijdrage waarbij de directie van ProRail kan bepalen op welke wijze de subsidiebedragen besteed kunnen worden.

 

Opbrengsten

Algemeen

Onder de bedrijfsopbrengsten wordt verstaan de subsidies uit hoofde van bestedingen, amortisatie van investeringsbijdragen en opbrengsten uit levering van diensten.

 

Bijdragen

Onder Bijdragen Rijksoverheid worden de van de Rijksoverheid verkregen middelen voor capaciteitsmanagement, verkeersleiding, onderhoud en kapitaallasten van het landelijke railnet verantwoord. De exploitatiesubsidie wordt opgenomen op het moment dat aan alle voorwaarden is voldaan. Dit houdt in dat exploitatiesubsidie ten gunste de winst en verliesrekening komt in het jaar waarin de ermee samenhangende bestedingen worden verwerkt.

De van de Rijksoverheid ontvangen vergoedingen voor aanleg van vaste activa en vervanging van de bovenbouw worden op de Bijdragen in mindering gebracht en gepresenteerd als Investeringsbijdragen in de Overlopende passiva. Naar rato van afschrijving op de activa, wordt de post Investeringsbijdragen geamortiseerd. De amortisatie wordt gepresenteerd als Amortisatie investeringsbijdragen in de winst- en verliesrekening.

De van spoorwegondernemingen geïnde vergoedingen voor gebruik van het landelijk railnet worden onder Gebruiksvergoeding verantwoord.

 

Diverse bedrijfsopbrengsten

Onder Geactiveerde productie eigen bedrijf zijn opgenomen de door het eigen personeel verrichte werkzaamheden, welke betrekking hebben op de vervaardiging van materiële vaste activa (investering), zoals voorbereiding en toezicht.

Onder Overige bedrijfsopbrengsten zijn met name opbrengsten van de voor derden uitgevoerde werkzaamheden opgenomen.

 

Kosten

De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

 

Belastingen

ProRail B.V. maakt samen met Railinfratrust B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de heffing van vennootschapsbelasting en tevens van een fiscale eenheid voor de heffing van omzetbelasting. Beide vennootschappen zijn volgens de standaardvoorwaarden hoofdelijk aansprakelijk voor de te betalen belasting van alle bij de fiscale eenheid betrokken vennootschappen.

 

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Presentatie

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de kasstromen uit operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

Liquide middelen

Onder de liquide middelen zijn opgenomen de bedragen op bankrekeningen van ProRail die ter beschikking staan aan de bedrijfsactiviteiten van ProRail.

Interest

De interest ontvangsten en uitgaven zijn niet apart vermeld op het kasstroomoverzicht en gerubriceerd onder het resultaat uit bedrijfsuitoefening.

Investeringsbijdragen

De investeringsbijdragen bevatten de ontvangen bijdragen van overheden voor de realisatie van in gebruikgenomen bouwprojecten.

Dividend

Dividenduitkeringen worden vermeld onder de kasstromen uit financieringsactiviteiten.

 

 

Financieel risicomanagement

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten. Het betreft hier elke overeenkomst die leidt tot een financieel actief bij één partij en een financiële verplichting of eigen- vermogensinstrument bij een andere partij. Hieronder vallen zowel traditionele financiële instrumenten (vorderingen, schulden en effecten) als afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

De primaire financiële instrumenten van ProRail dienen ter financiering van de operationele activiteiten van ProRail of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Het beleid van ProRail is om niet te handelen in financiële instrumenten.
De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van ProRail zijn het rente-, het krediet- en het liquiditeitsrisico.

Het beleid van ProRail om deze risico’s te beperken, luidt als volgt:

Renterisico

De langlopende vorderingen en leningen van ProRail hebben een vast rentepercentage waardoor ProRail het risico loopt dat de waarde van de vorderingen en leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente.

Het aflossingschema en de opbouw van de van toepassing zijnde rentepercentages zijn opgenomen bij de toelichting op de langlopende schulden.

Kredietrisico

ProRail handelt enkel met kredietwaardige partijen en heeft procedures opgesteld om de kredietwaardigheid te bepalen. Er zijn richtlijnen opgesteld om de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken. Bovendien bewaakt ProRail voortdurend haar vorderingen en hanteert ProRail een strikte aanmaningsprocedure. Door de bovenstaande maatregelen is het kredietrisico voor ProRail minimaal. Verder zijn er geen belangrijke concentraties van kredietrisico binnen ProRail.

De kortlopende vorderingen kunnen ingedeeld worden in de volgende categorieën:
  Vorderingen op de Rijksoverheid: EUR 4 miljoen
  Vorderingen op andere overheden: EUR 65 miljoen
  Vorderingen op andere partijen: EUR 63 miljoen

Reële waarde

Onder de reële waarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn (in het Besluit actuele waarde 'marktwaarde' genoemd).

De boekwaarde van de liquide middelen benadert de reële waarde vanwege de korte looptijd van de gehouden instrumenten.
De kortlopende schulden bestaan hoofdzakelijk uit schulden aan leveranciers en de Rijksoverheid. De reële waarde van de kortlopende schulden is nagenoeg gelijk aan de marktwaarde als gevolg van de korte looptijden van de betreffende instrumenten.

Per 31 december 2011 zijn er geen concrete plannen voor vervroegde aflossing op langlopende schulden. Om deze reden kan niet binnen een redelijke termijn en tegen redelijke kosten op voldoende betrouwbare wijze de reële waarde worden bepaald.