Richten op kernactiviteiten

Minder kosten maken, zonder in te boeten aan kwaliteit. Dat kan alleen door kritisch te kijken naar wat onze kernactiviteiten zijn. Alles wat we doen, moet bijdragen aan ons hoofddoel: spoorcapaciteit voor de vervoerders en een zorgeloze reis voor hun klanten. We bezuinigen op alles wat daar niet direct aan bijdraagt.


In 2011 zijn besparingen gerealiseerd, onder meer door de beperking van het aantal inhuurkrachten, bij het aanbesteden van kleinschalig onderhoud en bij de inkoop van facilitaire diensten. Taken en opdrachten die niet bijdragen aan onze kerntaken, vallen af. De saneringen en de heroverwegingen die daaruit volgen, leiden tot besparingen. Zo zijn we in 2011 gestopt met nevenactiviteiten als elektrisch rijden en windmolens boven het spoor.

Bezuinigingspakket

Om de kosten per treinkilometer met 20% te verlagen en om te voldoen aan de bezuinigingstaakstelling die het kabinet ons heeft opgelegd, moeten we vanaf 2015 ons kostenniveau met circa EUR 250 miljoen per jaar omlaag brengen. In 2011 is duidelijk geworden welke bezuinigingen het kabinet – naast de al eerder bestaande plannen – van de spoorsector verlangt (zie kader).

Extra bezuinigingen van het kabinet

  • minder budget voor kleine infraprojecten
  • EUR 160 miljoen (inclusief BTW) per jaar besparen op het hoofdrailnet, samen met NS
  • de kosten van de ProRail-organisatie verminderen met EUR 31,5 miljoen (exclusief BTW) 
  • de vergoeding die vervoerders betalen om het spoor te gebruiken met EUR 50 miljoen verhogen
  • besparen door publiekprivate samenwerking, zoals vastgelegd in het regeerakkoord
  • besparen op bovenwettelijke ruimtelijke inpassingen.

Efficiënter werken

In 2011 hebben we maatregelen uitgewerkt om onze processen te versimpelen. In 2012 en 2013 gaan we verder met de uitvoering ervan.

Efficiëntiemaatregelen

  • Interne efficiëntie verbeteren door slimmere inkoop van ict-diensten en besparing op huisvesting en inhuurkosten.
  • Efficiëntie in de spoorsector verbeteren waar processen en diensten met elkaar verweven zijn zoals in het onderhoudsrooster.
  • De spoorinfrastructuur aanpassen, bijvoorbeeld het vereenvoudigen van wissels en sporen.
  • Onze manier van be- en bijsturing vereenvoudigen en verbeteren. Zodat meer treinverkeer mogelijk is, het spoor robuuster wordt en de operationele kosten worden verlaagd.