Verstoringen voorkomen

ProRail heeft in 2011 onderzocht hoe de kans op verstoringen verder te verkleinen. Het heeft ons meer inzicht opgeleverd in het ontstaan van storingen en de effecten op de treindienst, en we vonden praktische oplossingen voor concrete problemen.


Een goed onderhouden infrastructuur is een voorwaarde om de prestaties op het spoor te kunnen realiseren. We voeren klein- en grootschalig onderhoud uit, zoals het slijpen van spoorstaven, het seizoensbestendig maken van sporen, het schilderen van bruggen en het vervangen van onderdelen.

In 2011 hebben we een groot aantal onderhouds- en bouwprojecten uitgevoerd op cruciale knooppunten in de spoorinfra, zoals in Arnhem en Utrecht. De norm van de KPI onderhoudstijd hebben we niet gehaald. Bij de vaststelling van de norm waren we ervan uitgegaan dat door onvoorzien omstandigheden – zoals het weer – meer werkzaamheden zouden uitvallen.

Overzicht van de onderhoudsuitgaven.

Lessen lijn Eindhoven–Culemborg

In 2011 hebben we het treinverkeer op de lijn Eindhoven–Culemborg uitvoerig bestudeerd. Op deze druk bereden corridor gaat namelijk vanaf 2012 in beide richtingen elke zes minuten een trein rijden. Uit de evaluatie kwamen verbeteracties naar voren. Zo hebben we de storingsgevoeligheid van een wissel bij Vught aangepakt en hebben we hekken geplaatst en de verlichting verbeterd om suïcides te voorkomen. Daarnaast leverde de evaluatie meer inzicht op in de effecten van een verstoring op de dienstregeling.

Aanpak Arnhem–Winterswijk

Samen met de provincie Gelderland en Syntus heeft ProRail de prestaties van de lijn Arnhem–Winterswijk verbeterd, nadat in juni 2010 de punctualiteit rond de 75% schommelde. We hebben structureel onderzocht welke factoren de punctualiteit negatief beïnvloedden en hebben deze aangepakt. De punctualiteit op de lijn was in het vierde kwartaal gemiddeld 80% en blijft onze aandacht vragen. De manier waarop we met de vervoerder en provincie (concessieverlener) hebben samengewerkt was zo effectief dat we deze aanpak ook gaan toepassen op andere regionale lijnen.

Treindetectie Heuvellandlijn

In november 2010 werkte de treindetectie op de Heuvellandlijn tussen Heerlen en Maastricht niet goed, waardoor de lijn negen dagen zo goed als buiten bedrijf was. De detectieproblemen hadden te maken met een combinatie van overvloedige bladafval en het gebruik van relatief licht materieel waardoor bladpulp niet van de rails werd gereden. In 2011 hebben we gekapt en gesnoeid langs het spoor en een aanvullend treindetectiesysteem ingericht. Sindsdien hebben zich geen problemen meer voorgedaan.